PS1 en PSone spelen dezelfde games. Het verschil zit in formaat, aansluitopties en een paar constructiedetails die relevant zijn als je bewust kiest. Dit is wat je moet weten.
Wat is het verschil
De originele PS1 verscheen in 1994. Sony bracht hem uit in meerdere revisies, elk met kleine aanpassingen aan het moederbord, de poorten en de interne hardware. De PSone verscheen in 2000 als compactere, goedkopere versie aan het einde van de levenscyclus van de console. Kleiner, lichter, stiller — en met een paar dingen minder.
De originele PS1: welke revisie maakt uit
Niet alle PS1-modellen zijn gelijk. De modelnummers lopen van SCPH-1002 tot SCPH-9002 en er zitten relevante verschillen tussen.
De vroege modellen — SCPH-1002 tot SCPH-3504 — hebben een parallelle poort en seriële poort aan de achterkant. De parallelle poort verdween vanaf de SCPH-7002. Voor gewoon spelen maakt dat geen verschil, maar het is een relevant detail als je weet wat je zoekt.
De SCPH-550x modellen hebben licht inferieure audio door een aanpassing aan de interne chipset. Audiofiele forumposters benoemen dit, maar voor de meeste mensen is het niet hoorbaar.
De SCPH-750x en SCPH-900x worden beschouwd als de meest betrouwbare Fat-modellen. Betere lasers, stabielere hardware, en ze zijn de meest voorkomende modellen op de tweedehandsmarkt. Voor wie gewoon een PS1 wil zonder er te diep in te duiken zijn dit de logische keuze.
De vroegste modellen hadden een ontwerpfout in het lasermechanisme waardoor ze gevoeliger waren voor slijtage. Een SCPH-1002 die goed werkt na dertig jaar is uitzonderlijk, niet de norm. Meer over wat die laserslijtage precies inhoudt en hoe je het herkent lees je in PS1 schijfje kantelen.
De PSone: compacter maar met beperkingen
De PSone is kleiner dan elk Fat-model, heeft een eigen stroomadapter die niet uitwisselbaar is met de Fat en mist de parallelle poort, seriële poort en de reset-knop die de Fat-modellen hebben.
Het bekendste praktische probleem van de PSone is de klep van de disc tray. De constructie sluit bij sommige exemplaren niet goed meer — het deksel past niet strak en kan bij gebruik loszittend aanvoelen. Dat is een constructiefout die niet alle exemplaren treft maar wel een bekend patroon is. Bij het kopen van een tweedehands PSone is dit het eerste om op te controleren.
De PSone gebruikt dezelfde video-encoder als de latere Fat-modellen en geeft een vergelijkbaar beeld. Op dat vlak is er geen voordeel voor de Fat.
Welke koop je
Voor wie gewoon wil spelen zonder er over na te denken: een SCPH-750x of SCPH-900x Fat-model. Betrouwbare laser, goede beeldkwaliteit, reset-knop aanwezig, geen constructieproblemen.
Voor wie ruimte wil besparen en de klepconstructie geen probleem vindt: de PSone. Compacter, stiller, en voor dagelijks gebruik prima.
Beide spelen exact dezelfde games op exact dezelfde manier. De keuze gaat over praktische overwegingen, niet over spelervaring. Meer over hoe je de console aansluit lees je in PS1 aansluiten op een moderne tv. Welke controller erbij hoort lees je in PS1 controller verschillen. Wil je weten welke games de moeite waard zijn? Begin met de beste PS1 games.
Bekijk het volledige PS1-aanbod in de PlayStation 1 accessoires categorie of ga terug naar het PlayStation 1 overzicht.
